Objecten selecteren, verplaatsen en bewerken met het selectiegereedschap

Het selectiegereedschap is het belangrijkste basisgereedschap; het ziet er net zo uit als de bekende aanwijzer van Mac OS X.
Objecten selecteren
Klik op een object op het canvas om het te selecteren.
Wanneer een object is geselecteerd, zijn de infovensters Stijl en Kenmerken beschikbaar. Met deze infovensters kunt u elke willekeurige stijl en elk willekeurig kenmerk van het geselecteerde object wijzigen.
Als u meerdere objecten tegelijk wilt selecteren, klikt u in een leeg gebied van het canvas en sleept u een kader om de objecten heen. Als u de Option-toets ingedrukt houdt, worden alleen objecten geselecteerd die zich volledig binnen het kader bevinden. Houd de Command- of Shift-toets ingedrukt terwijl u tegelijkertijd klikt op een object. Hiermee voegt u het object toe aan de selectie of verwijdert u het object uit de selectie.
Om een lid van een groep, tabel of subdiagram te selecteren, klikt u eenmaal om de groep te selecteren en vervolgens nogmaals om het lid te selecteren. De rest van het canvas wordt nu grijs weergegeven om aan te geven dat u momenteel werkt in de modus voor groepsbewerking. Als u op een willekeurig punt buiten de groep klikt, verlaat u de modus voor groepsbewerking.
Objecten verplaatsen
Om een object te verplaatsen, klikt u op het object met het selectiegereedschap en sleept u het naar een andere plaats. Als u een lijn wilt verplaatsen die aan een of meer objecten is verbonden, moet u de gekoppelde eindpunten eerst loskoppelen van de objecten waarmee deze zijn verbonden. Om een object horizontaal of verticaal in een rechte lijn te verplaatsen, houdt u de Shift-toets ingedrukt terwijl u de selectiegreep sleept. Om een object te draaien, houdt u de Command-toets ingedrukt en sleept u een van de selectiehandgrepen; u kunt ook de Shift-toets ingedrukt houden om de rotatie te beperken tot stapjes van 15 graden.
Als u een MacBook met Multi-Touch-technologie hebt, kunt u een geselecteerd object roteren door met twee vingers een draaibeweging te maken.
Om het geselecteerde object uiterst nauwkeurig te verplaatsen, drukt u op de pijltoetsen. Houd daarbij de Option- of Shift-toets ingedrukt om het object in grotere stappen te verplaatsen.
Als u de slimme hulplijnen hebt ingeschakeld, worden deze weergegeven terwijl u sleept om u te helpen bij het uitlijnen en gelijkmatig verspreiden van de objecten. Houd de Command-toets ingedrukt nadat u bent begonnen met slepen om de slimme hulplijnen in of uit te schakelen.
Om een kopie van een object te verplaatsen in plaats van het object zelf, houdt u de Option-toets ingedrukt terwijl u sleept.
Objecten groter of kleiner maken
Wanneer u een object selecteert waarvan u de grootte kunt aanpassen, zoals een vormobject of een groep, krijgt dit object acht selectiegrepen. Sleep een van deze selectiegrepen om de grootte van de vorm te wijzigen. Als u de verhoudingen van het object wilt handhaven (met andere woorden: als u niet wilt dat het object vervormt), houdt u de Shift-toets ingedrukt terwijl u de grootte van het object aanpast. Als u het object rond hetzelfde punt wilt centreren, houdt u de Option-toets ingedrukt terwijl u de grootte van het object aanpast.
Als u een MacBook met Multi-Touch-technologie hebt, kunt u een geselecteerd object groter of kleiner maken door met twee vingers een knijpbeweging te maken.
Als u een tabel selecteert, zien de zijgrepen eruit als kleine rasters. U kunt ze slepen om het aantal rijen of kolommen in de tabel te wijzigen. Sleep de hoekgrepen van de tabel op de gebruikelijke wijze om de afmetingen aan te passen.
Als u de slimme hulplijnen hebt ingeschakeld, worden deze weergegeven terwijl u sleept, om u te helpen bij het gelijkmatig aanpassen van de objectgrootte. Houd de Command-toets ingedrukt nadat u bent begonnen met slepen om de slimme hulplijnen in of uit te schakelen.
Het diagram uitbreiden
Als u een onderliggend object wilt maken voor het object dat u hebt geselecteerd, klikt u op een lege plaats op het canvas terwijl u de Command-toets ingedrukt houdt. Om voor een geselecteerd object een object op gelijk niveau te maken, klikt u op een lege plaats op het canvas terwijl u tegelijkertijd de Command- en Option-toets ingedrukt houdt. De nieuwe vorm heeft dezelfde stijl als de oorspronkelijke vorm. De lijn die de vormen verbindt, heeft dezelfde stijl als een bestaande lijn die al met de oorspronkelijke vorm is verbonden. Als er nog geen lijnen bestaan, krijgt de nieuwe lijn de huidige stijl die in het lijngereedschap is ingesteld.
Punten bewerken
Wanneer u een verbindingslijn of een aangepaste vorm selecteert, worden de punten die dit object definiëren als kleine ruitvormige puntjes weergegeven.
Elke lijn (gemaakt met het lijngereedschap) heeft twee punten: een rode aan het begin en een groene aan het uiteinde. Een lijn kan ook meerdere (blauwe) tussenpunten bevatten. Sleep een van deze punten om deze te verplaatsen; door het begin- of eindpunt te slepen kunt u de lijn verbinden met andere objecten of de verbinding met andere objecten verbreken.
Aangepaste vormen (gemaakt met het pengereedschap) en lijnen van het bezier-type, hebben blauwe puntgrepen op elk hoekpunt. Klik op een puntgreep om deze te selecteren; als een puntgreep is verborgen achter een selectiegreep, houdt u de Option- en Command-toets ingedrukt terwijl u op de puntgreep klikt, of selecteert u gewoon eerst een andere puntgreep om de selectiegrepen te laten verdwijnen. Als een puntgreep bezier-grepen heeft, verschijnen deze wanneer u het punt selecteert. Sleep een van de twee grepen om beide grepen tegelijkertijd aan te passen, of sleep terwijl u de Option-toets ingedrukt houdt om de grepen een voor een aan te passen. Sleep terwijl u de Shift-toets ingedrukt houdt om de stapsgewijze hoekvergroting van de grepen te beperken tot stappen van 45 graden. Sleep terwijl u de Command-toets ingedrukt houdt om een punt grepen te geven. Als u een greep dicht genoeg in de buurt van het punt zelf sleept, zal de greep helemaal verdwijnen.
De standaardmethode om punten toe te voegen aan een bestaande lijn is de Option-toets ingedrukt houden terwijl u dubbelklikt op de lijn. U kunt echter ook een andere standaardmethode opgeven in de algemene voorkeuren.
Om een punt toe te voegen aan een aangepaste vorm, dubbelklikt u op de lijn van de vorm.
Om een punt te verwijderen uit een lijn of aangepaste vorm, selecteert u deze en drukt u vervolgens op de Delete-toets of kiest u Verwijder uit het Wijzig-menu.
← Tips voor het gereedschapspalet Vormen maken met het vormgereedschap →